Reglement op de Tuchtrechtspraak
Klik hier voor de pdf:
als bedoeld in artikel 24, lid 8, van de statuten.
Vastgesteld op 7 april 1977, laatstelijk gewijzigd op 18 januari 2007.
De Raden van Tucht
Artikel 1
- De algemene ledenvergadering voorziet in de instelling van een of meer Raden van Tucht, in het laatste geval onder aanwijzing van het rechtsgebied van elke raad.
- Elke Raad van Tucht bestaat uit een voorzitter, een plaatsvervangende voorzitter, twee leden en twee plaatsvervangende leden.
- De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van elke Raad van Tucht moeten voldoen aan de vereisten voor benoembaarheid tot rechter in een arrondissementsrechtbank en met enige bij de wet ingestelde rechtspraak belast zijn of belast geweest zijn.
- De leden en de plaatsvervangende leden zijn Federatie Belastingadviseurs. Ten minste één lid en één plaatsvervangend lid moeten zelfstandig gevestigd of in maatschap werkzaam zijn. Een plaatsvervanger moet dezelfde kwaliteit bezitten als degene wiens plaats hij inneemt.
- Elke Raad van Tucht wijst uit zijn midden een secretaris aan.
Artikel 2
- De leden en de plaatsvervangende leden van een Raad van Tucht kunnen niet tevens deel uitmaken van het bestuur, de Raad voor Geschillen of de Raad van Beroep.
- Tussen de leden van de Raad van Tucht mag niet bestaan:
- de betrekking van echtgenoten of bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad;
- enigerlei vorm van gemeenschappelijke beroepsuitoefening, hetzij middellijk hetzij onmiddellijk, dan wel de verhouding van werkgever tot werknemer of van werknemers bij dezelfde werkgever, alles in de ruimste zin.
Artikel 3
- De leden en de plaatsvervangende leden van elke Raad van Tucht worden voor een termijn van vijf jaar door de algemene vergadering benoemd.
- Zij treden af volgens een door de algemene ledenvergadering vastgesteld rooster. De aftredenden zijn terstond herbenoembaar.
- Aftreding, beëindiging als bedoeld in het zesde lid en benoeming geschieden per de datum waarop de jaarvergadering wordt gehouden.
- Aftredende leden die niet herbenoembaar zijn, blijven in functie voor wat betreft de afhandeling van zaken die op het moment van aftreden bij hen in behandeling zijn.
- Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
- Het lidmaatschap van de Raad van Tucht eindigt in het jaar waarin de betrokkene de leeftijd van 70 jaar bereikt.
Artikel 4
De fungerende leden van de Raden van Tucht ontvangen vergoeding van reis- en verblijfkosten alsmede een vergoeding voor tijdverzuim, een en ander volgens regels die door de algemene ledenvergadering zijn vastgesteld.
Artikel 5
Het is aan de leden van de Raden van Tucht verboden:
- hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen bekend te maken;
- de gevoelens te openbaren welke in raadkamer over aanhangige gedingen zijn geuit;
- over een voor hen aanhangig geding of een geding, dat naar zij weten of vermoeden voor hen aanhangig zal worden, zich in te laten in enig onderhoud of gesprek met belanghebbenden of van dezen enige bijzondere inlichting of schriftelijk stuk aan te nemen.
Procedure voor de Raden van Tucht
Artikel 6
- De Raad van Tucht neemt een tegen een lid van de vereniging gerezen bezwaar op een bij de raad ingediende klacht in behandeling
- Van alle ingediende klachten geeft de Raad van Tucht kennis aan het bestuur en aan de beklaagde zelf.
- De raad is bevoegd, alvorens een klacht in behandeling te nemen of een behandeling voort te zetten, van de klager betaling te eisen van voorschotten met betrekking tot de kosten, bedoeld in artikel 10, lid 2.
Artikel 7
- Zodra de voorzitter van oordeel is dat het dossier in het stadium verkeert, dat verdere behandeling kan plaatsvinden, geeft de secretaris hiervan kennis aan partijen onder gelijktijdige opgaaf van de namen van de leden van de raad die aan de behandeling zullen deelnemen.
- Een lid van een Raad van Tucht kan zich verschonen en kan - gedurende veertien dagen na de kennisgeving, bedoeld in lid 1 - door ieder van de partijen met opgaaf van redenen worden gewraakt, indien ten aanzien van hem feiten of omstandigheden bestaan, waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de kennisgeving, bedoeld in lid 1, wijst de secretaris de betrokkenen op hun bevoegdheid in deze.
- Over de verschoning of wraking wordt door de overige leden van de raad zo spoedig mogelijk beslist. Ingeval van staking van stemmen is het verzoek tot wraking of verschoning toegestaan.
Artikel 8
- De Raad van Tucht beslist aangaande een tegen een beklaagde gerezen bezwaar niet dan na verhoor, althans oproeping van de beklaagde en de klager.
- Partijen kunnen - tenzij de raad beveelt dat zij in persoon zullen verschijnen - zich ter terechtzitting laten vertegenwoordigen door een schriftelijk door hen aangewezen gemachtigde. Zij kunnen zich door een raadsman laten bijstaan.
- De namen van gemachtigden/raadslieden dienen tijdig vóór de zitting schriftelijk aan de raad te worden meegedeeld.
- De raad kan weigeren bepaalde personen die niet advocaat zijn als gemachtigde of als raadsman toe te laten. Bij zodanige weigering houdt de raad de zaak zonodig tot een volgende zitting aan.
- Partijen en hun gemachtigden/raadslieden worden in de gelegenheid gesteld tijdig van de processtukken kennis te nemen.
Artikel 9
- De Raad van Tucht kan getuigen oproepen en horen.
- De getuigen wordt door de raad verzocht de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen, de deskundigen naar hun geweten verslag uit te brengen.
- De getuigen en deskundigen ontvangen op verzoek schadeloosstelling, door de voorzitter van de raad te begroten overeenkomstig het bij of krachtens het tarief van justitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken bepaalde.
Artikel 10
- De raad stelt zelf de rechtsgang vast.
- De raad is bevoegd, indien naar zijn oordeel de klacht op lichtvaardige gronden is ingediend, van de klager een vergoeding te vorderen voor de kosten van de procedure.
Artikel 11
- Alle beslissingen van de raad worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.
- De op schrift gestelde beslissing van de raad aangaande een tegen een beklaagde gerezen bezwaar is gedagtekend en met redenen omkleed. Deze beslissing wordt ondertekend door de fungerend voorzitter en de secretaris van de raad.
- In de beslissing wordt vermeld op welke wijze beroep kan worden ingesteld.
- In het geval, bedoeld in artikel 10, lid 2, bepaalt de raad in zijn beslissing welk bedrag de klager aan de NFB dient te vergoeden.
- De secretaris van de raad zendt van de beslissing onverwijld een afschrift, ondertekend door de voorzitter en de secretaris:
- aan de beklaagde;
- aan de klager, indien de beslissing betreft een bezwaar dat op klacht in behandeling is genomen en hetzij de gehele of gedeeltelijke ongegrondverklaring van het bezwaar inhoudt hetzij tot het achterwege laten van de berechting strekt;
- aan het bestuur.
- Van een beslissing, inhoudende de gegrondverklaring van een op klacht in behandeling genomen bezwaar, zendt de raad afschrift aan de klager, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden.
Artikel 12
Nadat de Raad van Tucht inzake een klacht zijn beslissing heeft genomen, wordt het dossier gedurende vijf jaar in het archief van de NFB bewaard.
De Raad van Beroep
Artikel 13
- De algemene ledenvergadering voorziet in de instelling van een Raad van Beroep, waarvan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, twee leden en één plaatsvervangend lid worden benoemd uit de leden van de rechterlijke macht, met rechtspraak belast.
- De overige leden van de Raad van Beroep, te weten twee leden en één plaatsvervangend lid, zijn Federatie Belastingadviseurs. Hiervan moeten tenminste één lid en één plaatsvervangend lid zelfstandig gevestigd of in maatschap werkzaam zijn.
- Voor elke te behandelen zaak worden twee krachtens het tweede lid van dit artikel benoemde leden, daartoe aan te wijzen door de voorzitter van de Raad van Beroep, toegevoegd aan de drie zittende leden, benoemd krachtens het eerste lid van dit artikel. Tenminste één van deze twee leden moet zelfstandig gevestigd of in maatschap werkzaam zijn.
- De voorzitter wijst een secretaris en zonodig een plaatsvervangende secretaris aan.
Artikel 14
- De leden en de plaatsvervangende leden van de Raad van Beroep worden voor een termijn van vijf jaar door de algemene vergadering benoemd.
- Zij treden af volgens een door de algemene vergadering vastgesteld rooster. De aftredenden zijn terstond herbenoembaar.
- Aftreding, beëindiging als bedoeld in het zesde lid en benoeming geschieden per de datum waarop de jaarvergadering wordt gehouden.
- Aftredende leden die niet herbenoembaar zijn, blijven in functie voor wat betreft de afhandeling van zaken die op het moment van aftreden bij hen in behandeling zijn.
- Hij die is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.
- Het lidmaatschap van de Raad van Beroep eindigt in het jaar waarin de betrokkene de leeftijd van 70 jaar bereikt.
Artikel 15
De leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris van de Raad van Beroep kunnen niet tevens deel uitmaken van het bestuur, van een Raad van Tucht of van de Raad voor Geschillen.
Artikel 16
De artikelen 4 en 5 van dit reglement zijn van overeenkomstige toepassing op de leden, de plaatsvervangende leden, de secretaris en de plaatsvervangende secretaris van de Raad van Beroep.
Procedure voor de Raad van Beroep
Artikel 17
- Tegen een beslissing van de Raad van Tucht aangaande een tegen een beklaagde gerezen bezwaar kan binnen twee maanden na de dag van verzending van het in artikel 11, vijfde lid, bedoelde afschrift beroep worden ingesteld bij de Raad van Beroep:
- door de beklaagde, indien het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond is verklaard;
- door de klager, indien zijn bezwaar geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard;
- door het bestuur.
- Het beroep wordt ingesteld door middel van een met redenen omkleed beroepschrift, bij de Raad van Beroep in tweevoud in te dienen met een authentiek afschrift van de beslissing waartegen beroep is gericht.
- De secretaris van de Raad van Beroep geeft van de instelling van het beroep onverwijld kennis aan de betrokken Raad van Tucht, aan de wederpartij van degene die het beroep heeft ingesteld en aan het bestuur.
- Zo spoedig mogelijk geeft hij de betrokkenen kennis van de namen van de leden van de raad die aan de behandeling zullen deelnemen.
- Ten aanzien van het recht van verschoning en wraking zijn de bepalingen van artikel 7, leden 2 en 3, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18
- De Raad van Beroep beslist niet dan na verhoor, althans oproeping van partijen.
- Op de behandeling in beroep zijn de artikelen 6, derde lid, 8, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 9 en 10, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
- De Raad van Beroep kan de Raad van Tucht die de beslissing in eerste aanleg heeft genomen, uitnodigen inlichtingen te geven.
- Indien alleen de beklaagde beroep heeft ingesteld, kan de Raad van Beroep slechts met eenparigheid van stemmen:
- het bezwaar gegrond verklaren, voor zover dit in eerste aanleg ongegrond was verklaard;
- een maatregel opleggen, voor zover in eerste aanleg het bezwaar gegrond was verklaard zonder oplegging van enige maatregel;
- de opgelegde maatregel verzwaren.
Artikel 19
- De op schrift gestelde beslissing van de Raad van Beroep is gedagtekend en met redenen omkleed. De beslissing wordt ondertekend door de fungerend voorzitter en de secretaris van de Raad van Beroep.
- In het geval, bedoeld in artikel 10, tweede lid, bepaalt de raad in zijn beslissing welk bedrag de klager dient te vergoeden.
- De secretaris van de Raad van Beroep zendt van de beslissing onverwijld een afschrift, ondertekend door de fungerend voorzitter en de secretaris:
- aan de beklaagde;
- aan de klager, indien de beslissing betreft een bezwaar dat op klacht in behandeling is genomen;
- aan het bestuur;
- aan de Raad van Tucht die de zaak in eerste aanleg heeft behandeld.
Artikel 20
Nadat de Raad van Beroep inzake een beroep zijn beslissing heeft genomen, wordt het dossier gedurende vijf jaar in het archief van de NFB bewaard.
Verzending van stukken
Artikel 21
- Elke in dit reglement bedoelde kennisgeving aan, toezending van stukken aan en oproeping van partijen, getuigen en/of deskundigen zal geschieden bij aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs.
- Het bewijs van verzending van een aangetekend stuk dan wel het ontvangstbewijs zal tegenover betrokkenen gelden als het bewijs van behoorlijke verzending. Betrokkenen zullen geacht worden dat stuk te hebben ontvangen tenzij zij het tegendeel aannemelijk maken.