Vastgesteld op 7 april 1977, laatstelijk gewijzigd op 11 juni 2009
Algemeen
De toelichtingen zijn bedoeld als een uitleg en zo nodig verduidelijking van het gestelde in het Reglement voor de Beroepsuitoefening (RBU). Aan de toelichtingen kunnen geen rechten worden ontleend.
Artikel 1
Definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
Toelichting
In het Huishoudelijk Reglement zijn de eisen verwoord om het lidmaatschap van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs te verwerven.
Onder de werkingssfeer van het RBU vallen de gewone leden, de buitengewone leden, de ereleden en de aspirant-leden. Voor de aspirant-leden is van belang dat zij de titel ‘FB’ niet mogen gebruiken. Tevens mogen zij in hun uitingen niet aangeven dat zij aspirant-lid zijn van de NFB (zie artikel 7, lid 4 RBU). De aspirant-leden zijn wel onderworpen aan de bepalingen van dit Reglement en de Reglementen op de Tuchtspraak en voor de Raad voor geschillen.
Artikel 2
Vermelding lidmaatschap
Vermelding van het lidmaatschap van de vereniging geschiedt door het gebruik maken van de titel ‘Federatie Belastingadviseur’ dan wel de afkorting ‘FB’ beide al dan niet tezamen met een door de vereniging ingesteld beeldmerk.
Toelichting
Het bestuur wil uitdrukkelijk stimuleren dat alle leden gebruik maken van de titel FB in hun uitingen. Het gebruik van de titel draagt bij aan de bekendheid van het beroep en de organisatie. Het Bestuur verzoekt de Federatie Belastingadviseur bij ondertekening van brieven, op visitekaartjes, tijdens presentaties en bij het schrijven van artikelen steeds gebruik te maken van de titel FB.
Artikel 3
Algemene gedragsregel
De Federatie Belastingadviseur zal zijn beroep eerlijk en accuraat uitoefenen. Hij zal zich gedragen in overeenstemming met de eer en waardigheid van het beroep van de Federatie Belastingadviseur.
Toelichting
Een Federatie Belastingadviseur moet professioneel handelen tijdens de uitoefening van zijn beroep. Eerlijkheid beoogt een objectief criterium te zijn en zal subjectief gezien tenminste inhouden het handelen naar eer en geweten van de adviseur. Dat wil zeggen dat het belang van de cliënt voorop moet staan, zonder daarbij het bepaalde uit artikel 7, lid 3 van dit Reglement uit het oog te verliezen. De Federatie Belastingadviseur dient zich te onthouden van enig strafbaar handelen of andere activiteiten die een weerslag kunnen hebben op de gehele beroepsgroep. De cliënt moet er op kunnen vertrouwen dat de Federatie Belastingadviseur alle overeengekomen opdrachten tijdig en juist zal uitvoeren. Sommige opdrachten zullen duidelijk een resultaatverbintenis behelzen, andere weer een inspanningsverplichting. De Federatie Belastingadviseur moet zich in alle gevallen kunnen verantwoorden voor zijn handelingen. De uitspraken van de Raden van Tucht en de Raad van Beroep laten zien dat de Raden een grote waarde hechten aan dit artikel. Schending van dit artikel leidt over het algemeen tot een verzwaring van de strafmaat.
Artikel 4
Reclame en algemene openbare voorlichting
Het is een Federatie Belastingadviseur toegestaan reclame te maken dan wel algemene openbare voorlichting te geven, tenzij dit in strijd is met de wet, de waarheid of de goede smaak en de bepalingen in dit reglement. Dit omvat mede de reclame en algemene openbare voorlichting die door anderen ten behoeve van de Federatie Belastingadviseur wordt gemaakt respectievelijk gegeven.
Toelichting
Onder reclame kan worden verstaan: iedere vorm van openbare aanprijzing, die de bevordering van de verkoop van diensten beoogt door in overwegende mate wervend de aandacht te vestigen op de persoon van de Federatie Belastingadviseur, zijn werkzaamheden of het kantoor waaraan hij verbonden is. Onder reclame wordt dus ook begrepen sponsoring. De inhoud van elke reclame-uiting moet verifieerbaar zijn. Daarbij dienen de Nederlandse Reclame Code en uitspraken van de Reclame Code Commissie als leidraad worden genomen.
Onder algemene openbare voorlichting kan worden verstaan: kennisoverdracht via een massamedium over fiscale of aanverwante onderwerpen, gericht op anderen dan individueel (natuurlijke) personen.
De tweede volzin van dit artikel geeft aan dat ook reclame of algemene openbare voorlichting die wordt gegeven door een intermediair ten behoeve van een Federatie Belastingadviseur, onder de werking van dit artikel valt. Bij intermediair valt onder meer te denken aan een reclamebureau of een communicatie-instelling.
Als schadelijk voor de eer van de stand wordt met name reclame aangemerkt die de beeldvorming bij het publiek van de Federatie Belastingadviseur nadelig beïnvloedt, alsmede reclame waarin vergelijkingen met (bepaalde) andere Federatie Belastingadviseurs of samenwerkingsverbanden van Federatie Belastingadviseurs of de organisaties genoemd in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit RBU worden gemaakt.
Artikel 5
Aanvaarden opdrachten
Toelichting
Lid 1
De Federatie Belastingadviseur moet opereren binnen de grenzen van de wetgeving. Dat wil zeggen dat ook de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme een referentiekader is voor de Federatie Belastingadviseur. De Federatie Belastingadviseur is gehouden een adequaat cliëntenonderzoek te verrichten, dat hem in staat stelt om de cliënt en/of de uiteindelijk belanghebbende te identificeren en te verifiëren, op risico gebaseerde en adequate maatregelen te nemen om inzicht te verwerven in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt, het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast te stellen en de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties voortdurend te controleren. De Federatie Belastingadviseur is gehouden geconstateerde of voorgenomen ongebruikelijke transactie te melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland.
De Federatie Belastingadviseur moet voor het aanvaarden van een opdracht nagaan of er wettelijke of vaktechnische bezwaren bestaan tegen het aanvaarden van de opdracht. Hoe de Federatie Belastingadviseur deze toetsing uitvoert staat ter vrije beoordeling, zij het dat hij er redelijkerwijs van overtuigd moet zijn dat er geen bezwaren zijn. Het Uitvoeringsbesluit Wwft biedt een indicatorenlijst. De Federatie Belastingadviseur kan onder meer deze lijst hanteren om te beoordelen of er bezwaren zijn tegen de opdracht.
Het staat de Federatie Belastingadviseur natuurlijk vrij om een opdracht niet te aanvaarden zonder opgaaf van redenen. Er is immers sprake van een civielrechtelijke overeenkomst waarbij aanvaarding door beide partijen noodzakelijk is.
Het verdient de voorkeur dat de Federatie Belastingadviseur de aard, inhoud en omvang van de opdracht schriftelijk vastlegt en de cliënt deze opdrachtbevestiging voor akkoord ondertekent. In het kader van bewijsvoering en heldere verhoudingen tussen adviseur en cliënt is het vaak een goede zaak indien partijen de aard, inhoud en omvang van de opdracht beiden onderschrijven.
Lid 2
Het collegiale overleg tussen de ‘nieuwe’ Federatie Belastingadviseur en de ‘oude’ Federatie Belastingadviseur kan geschieden door aan de vorige Federatie Belastingadviseur een brief te zenden met het verzoek binnen een bepaalde tijd te reageren indien er sprake is van een vaktechnische belemmering. Onder de vaktechnische belemmeringen worden uitdrukkelijk niet verstaan gedragingen rond het betalen van nota’s voor verleende diensten door de cliënt.
Lid 3
Het derde lid van dit artikel verbiedt de Federatie Belastingadviseur om een vergoeding te geven voor het verkrijgen van een opdracht, anders dan in het kader van een (deel-)praktijkovername. Een symbolisch gebaar wordt niet beschouwd als zijnde een vergoeding. Er zijn professionele organisaties die zich erop richten contacten te leggen tussen potentiële cliënten en beroepsbeoefenaars. Deze organisatie bedingt daarbij een vergoeding voor het aanbrengen van cliënten. Deze situatie wordt niet getroffen door de werking van dit artikellid.
Artikel 6
Beëindigen opdrachten
Toelichting
In het handelen van de Federatie Belastingadviseur moet het belang van de cliënt voorop staan. Dat wil zeggen dat het eigen belang
Nadat de bijstand aan de cliënt is beëindigd, kan de Federatie Belastingadviseur besluiten de opdracht terug te geven aan de cliënt.
Gelet op risico’s van aansprakelijkheid zal de motivering rond het beëindigen van een opdracht door de Federatie Belastingadviseur belangrijk zijn. Het verdient de voorkeur om alle feiten en overwegingen tijdig vast te leggen.
Artikel 7
Beroepsverantwoordelijkheid
Toelichting
Lid 1
De Federatie Belastingadviseur dient een dusdanige kennis van het Nederlandse fiscale, civiele en bestuursrecht te hebben dat hij zijn cliënt naar behoren kan bijstaan. Naast kennis van Nederlandse wetgeving wordt ook de regelgeving vanwege de Europese Unie steeds belangrijker. De Federatie Belastingadviseur dient ook deze problematiek te onderkennen. Zonodig weet de Federatie Belastingadviseur te verwijzen naar specialisten op specifieke onderdelen. Worden deze specialisten ingeschakeld door de Federatie Belastingadviseur, dan ontslaat het inschakelen
De Federatie Belastingadviseur zal steeds de juistheid van de door hem gedane uitlatingen kunnen aantonen. Om het risico van aansprakelijkheid te beperken, kan een clausule worden opgenomen dat de uitlatingen in overeenstemming zijn met de stand van wet- en regelgeving, jurisprudentie en algemeen gangbare literatuur op het specifieke moment. De Federatie Belastingadviseur dient dus zorg te dragen voor een voortdurende scholing en permanente educatie (zie ook het Reglement Permanente Educatie)
Lid 3
De Federatie Belastingadviseur zal niet meewerken aan constructies die in strijd zijn met de stand van wet- en regelgeving en jurisprudentie. Een in rechte pleitbaar standpunt kan nooit in strijd komen met dit artikel.
Lid 4
Een aspirant-lid heeft een bijzondere status binnen de vereniging. Hij dient een fiscale opleiding te volgen en is tegelijkertijd onderworpen aan de regelgeving vanuit de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs, zonder zich te mogen presenteren als lid van de NFB.
Onder fiscale werkzaamheden worden in dit kader verstaan: het tegen beloning verrichten van werkzaamheden welke ten doel hebben de belangen van belastingplichtigen te behartigen bij de toepassing van enige belastingwet en/of sociale verzekeringswet, waaronder begrepen het bepleiten van die belangen bij de overheid respectievelijk bij de bevoegde rechter alsmede het geven van fiscale en daarmee verband houdende adviezen.
Het bestuur kan vrijstelling van deze bepaling geven. Deze vrijstelling wordt over het algemeen verleend aan aspirant-leden die een financiële opleiding hebben afgerond (SPD, AA, RA), al zelfstandig werkzaam zijn in de financiële sector (administratiekantoor, AA-kantoor) en die zich verder willen scholen tot belastingadviseur. Om hun commerciële belangen niet te verstoren krijgen zij over het algemeen een vrijstelling voor de nominale duur van de door hen gevolgde opleiding. Het bestuur kan verdere voorwaarden verbinden aan de vrijstelling van dit verbod.
Het aspirant-lid mag in zijn uitingen naar de (potentiële) cliënt geen gewag maken van het feit dat hij aspirant-lid van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs is.
Artikel 8
Onafhankelijkheid
Het is de Federatie Belastingadviseur verboden enig beroep of bedrijf uit te oefenen, werkzaamheden te verrichten of functies te bekleden die onverenigbaar zijn met de zelfstandigheid van de belastingadviseur.
Toelichting
De Federatie Belastingadviseur heeft een eigen verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Alleen hij kan beoordelen of en in welke mate hij een beroep of functie uitoefent die in strijd kan komen met de eer en waardigheid van de stand van Federatie Belastingadviseur. Een onafhankelijke en objectieve uitoefening van het beroep moet voorop staan. Dat wil zeggen dat een aantal beroepen, functies of werkzaamheden niet te verenigen zijn met het beroep van Federatie Belastingadviseur. Andere beroepen, werkzaamheden of functies kunnen wel worden uitgeoefend mits er de nodige waarborgen worden gesteld om de zelfstandigheid van de belastingadviseur niet in het gedrang te laten komen.
Bij beroepen, werkzaamheden of functies die onverenigbaar zijn met het beroep van belastingadviseur moet bijvoorbeeld worden gedacht aan:
Bij wel verenigbare beroepen, werkzaamheden en functies kan bijvoorbeeld worden gedacht aan:
Een Federatie Belastingadviseur kan de laatst genoemde functies of werkzaamheden uitoefenen indien er voldoende waarborgen zijn om zijn onafhankelijkheid te garanderen. Om deze onafhankelijkheid te kunnen aantonen kan worden gedacht aan bijvoorbeeld:
Artikel 9
Beroepsaansprakelijkheid
De Federatie Belastingadviseur is gehouden zich op adequate wijze te (doen) verzekeren tegen de risico’s van aansprakelijkheid volgend uit de uitoefening van het beroep van Federatie Belastingadviseur.
Toelichting
De Federatie Belastingadviseur dient minimaal te beschikken over verzekering tegen beroepsaansprakelijkheid die een dusdanige dekking biedt dat de continuïteit van de onderneming niet in gevaar komt.
In voorkomende gevallen kan de Federatie Belastingadviseur aan de cliënt vragen om afgifte van een indemniteitsverklaring
Artikel 10
Permanente educatie
De Federatie Belastingadviseur is verplicht te voldoen aan de door het bestuur in het Reglement Permanente Educatie gegeven regels inzake de permanente educatie.
Artikel 11
Honorarium
Artikel 12
Geheimhouding
Toelichting
Lid 1
De band tussen cliënt en Federatie Belastingadviseur is gebaseerd op vertrouwen. De Federatie Belastingadviseur mag dit vertrouwen niet beschamen door hem ter kennis gekomen feiten en omstandigheden in de openbaarheid te brengen. Dit laat onverlet dat er soms sprake van kan zijn dat de Federatie Belastingadviseur zijn geheimhouding moet opheffen. Dit kan bijvoorbeeld geschieden in het kader van een wettelijke regeling als de Wwft.
De Federatie Belastingadviseur is in ieder geval ontheven van zijn geheimhoudplicht indien de cliënt, belanghebbende of opdrachtgever hem uitdrukkelijk voor het specifieke geval van de geheimhouding ontheft.
Lid 2, sub b.
De geheimhouding geldt ook niet ten opzichte van de Belastingdienst, rechterlijke macht en dergelijke indien gegevens verstrekt moeten worden die juist voortvloeien uit de opdracht.
Lid 2, sub c.
Het principe van geheimhouding is en blijft het uitgangspunt, maar dit principe is niet absoluut en moet in bijzondere gevallen wijken. Ingeval een Federatie belastingadviseur bijvoorbeeld als medepleger een bestuurlijke boete opgelegd krijgt, kan het belang van de adviseur om informatie aan de Belastingdienst te verstrekken zwaarder wegen dan het belang van de cliënt om deze informatie vertrouwelijk te houden. Als een cliënt te kwader trouw is en aan de Federatie Belastingadviseur bijvoorbeeld bewuste onjuiste informatie heeft verstrekt of bewust juiste informatie heeft onthouden, zonder dat de Federatie Belastingadviseur zich dat bewust was, dan zal het belang van de Federatie Belastingadviseur tot verstrekking van informatie uit het cliëntendossier zwaarder dienen te wegen. Het belang van de Federatie Belastingadviseur kan echter óók zwaarder wegen als de cliënt te goeder trouw heeft gehandeld. Dan immers is van plegen of medeplegen geen sprake. De belangenafweging pakt anders uit als de Federatie Belastingadviseur de belangen van zijn cliënt onevenredig zou schaden én de cliënt te goeder trouw is. Het uitgangspunt blijft dat de Federatie Belastingadviseur zich terdege te dient te vergewissen van de gevolgen van het verbreken van de geheimhoudingsverplichting en dat de beslissing om gegevens uit het dossier te overleggen niet lichtvaardig genomen mag worden.
Lid 3
De Federatie Belastingadviseur moet zelf beoordelen in hoeverre hij gebruik zal maken van een ontheffing van zijn geheimhoudingsplicht. In principe moet prudent worden gehandeld indien er sprake is van vertrouwelijke gegevens of van gegevens over personen.
Artikel 13
Vormen van beroepsuitoefening
De Federatie Belastingadviseur oefent zijn beroep uit:
Toelichting
De vormen van beroepsuitoefening door de Federatie Belastingadviseur worden in de volgende artikelen nader uitgewerkt.
Artikel 14
Vormen van zelfstandige beroepsuitoefening
De Federatie Belastingadviseur oefent zijn zelfstandig beroep uit
Toelichting
De Federatie Belastingadviseur kan voor eigen rekening en risico zijn beroep uitoefenen. Dit kan geschieden alleen, in een samenwerkingsverband of middels een rechtspersoon.
In artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit RBU staat omschreven met welke beroepsbeoefenaren de Federatie Belastingadviseur een samenwerking aan mag gaan. Belangrijk daarbij is dat de andere beroepsbeoefenaar onderworpen is aan beroepsregels en tuchtrechtspraak.
Artikel 15
Vormen van beroepsuitoefening in dienstverband
De Federatie Belastingadviseur oefent zijn beroep uit in dienstbetrekking
Toelichting
In artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit RBU staat omschreven met welke beroepsbeoefenaren de Federatie Belastingadviseur een samenwerking aan mag gaan. Belangrijk daarbij is dat de andere beroepsbeoefenaar onderworpen is aan beroepsregels en tuchtrechtspraak.
Lid 7
De Federatie Belastingadviseur die optreedt als een bedrijfsfiscalist dient een zodanige arbeidsverhouding te hebben tot zijn werkgever dat de Federatie Belastingadviseur de voorschriften van dit Reglement volledig kan naleven. Het bestuur kan zo nodig aanwijzingen geven hoe de Federatie Belastingadviseur als bedrijfsfiscalist hiermee moet omgaan.
Artikel 16
Overige vormen van beroepsuitoefening
Toelichting
Voor alle overige vormen van beroepsbeoefening dient de Federatie Belastingadviseur toestemming te vragen aan het Bestuur. Deze toestemming zal in principe alleen worden verleend indien duidelijk is dat de persoon met wie wordt samengewerkt kan voldoen aan soortgelijke hoge opleidingseisen als aan de Federatie Belastingadviseur worden gesteld en de persoon onderworpen is aan een vorm van tuchtrechtspraak. Zo zal een samenwerkingsverband met een persoon die enkel SPD heeft, niet op toestemming hoeven te rekenen.
Artikel 17
Overgangsregeling
Voor Federatie Belastingadviseurs die op 3 juni 1996 lid van de vereniging waren, geldt in plaats van de artikelen 14 tot en met 17, het bepaalde in artikel 17 van het RBU zoals het op 3 juni 1996 luidde.
Tekst op 3 juni 1996:
Vormen van beroepsuitoefening
Artikel 17